Een gevaarlijke overtocht

lesvos vluchteling

Ik zit rillend in de hotelkamer. Wat een nacht… Het begon op een strand op een idyllisch eiland, de hemel gevuld met stralende sterren, het kampvuur knispert en er wordt gelachen. Het lijkt perfect, maar aan de overkant, in de donkere plekken die duiden op de Turkse bossen, zitten mensen. Niet veilig in eigen land en niet welkom in de rest van de wereld.

Een gevaarlijke overtocht staat ze te wachten; een boot gevuld met twee keer zoveel mensen als toegestaan, zwemvestjes aan (soms gevuld met hooi) – zwemmen kunnen ze niet. Vaak worden ze weggestuurd met te weinig benzine, stapt de schipper na 500 mtr af of worden kinderen achter gehouden zodat de vader zorgt voor het terug keren van de boot. Toch nemen ze het risico.

Plots valt het stil. Horen we een boot? Schijnt er een lichtje? Ja! Maar hij gaat niet onze kant op, maar richting de vuurtoren, waar een klif met rotsen en Albanese dieven die op de loer liggen om ze het laatste geld dat ze bij zich dragen afhandig te maken. Wat te doen? We gaan er heen, hopen dat we op tijd zijn. Een lange, donkere hobbelige weg en her en der een verdwaalde folie deken volgt.

Op de klif aangekomen ontvouwt zich een waar kerkhof van een ontelbare hoeveelheid zwemvesten. Hoeveel mensen zijn deze steile helling opgeklauterd? En hoe? We zijn er stil van. Het bootje hebben we niet meer gezien, ik hoop dat er een ander team voor ze klaar stond om ze op te vangen. Helaas vrees ik het ergste, want waar waren de autoriteiten en andere hulp organisaties deze nacht? Kan het echt zo zijn dat deze mensen zijn overgeleverd aan vrijwilligers?

We keren terug naar ons kampvuur en om 05.30 uur besluiten we het voor gezien te houden. Onderweg stopt de auto voor ons, er is een boot aangekomen! Snel stappen we uit en rennen we het water in. Het is een grote hoge boot, er staan zo’n 150 mensen op. In eerste instantie is het dringen wie er als eerst naar beneden mag, maar gelukkig komt er snel structuur. Kinderen en vrouwen eerst. Het eerste kindje dat ik in m’n handen gedrukt krijg moet heel hard huilen. Tranen wegslikken en op naar de volgende. Als de laatste persoon van boord gaat klappen we, de mensen aan de kant klappen mee. Sommigen komen terug om ons een hand te geven en te bedanken.

De verhalen van voor aankomst zijn afschuwelijk, die van de doortocht wellicht nog erger. Ik hoop dat ze een goede en veilige eindbestemming zullen krijgen.

Slaap lekker nog even. X

Laat een bericht achter:

Jouw emailadres wordt niet weergegeven

Site Footer